Persbericht gemeenteraad Enschede: Beleving van externe veiligheid
Met het onderzoek "Beleving van externe veiligheid" heeft de Rekenkamercommissie van de gemeente Enschede de beleving van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid door de inwoners van Enschede willen evalueren.
Uit onderzoek naar de effectiviteit en efficiency van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Enschede vanaf 2000 (juli 2005) is gebleken dat Enschede objectief gezien veiliger is geworden.
In vervolg hierop heeft de Rekenkamercommissie nader onderzocht of ditzelfde ook geldt voor de beleving van externe veiligheid door de burgers. Doel van het onderzoek was om vast te stellen of de veiligheidsbeleving voor wat betreft de externe veiligheid verbeterd is t.o.v. 2000. De Rekenkamercommissie heeft I&O Research opdracht gegeven om de beleving van externe veiligheid bij inwoners van Enschede in kaart te brengen. De resultaten van het onderzoek zijn opgeleverd in een beknopt rapport met bijlagen (december 2005) met als titel "Beleving van externe veiligheid" .
I&O Research heeft gebruik gemaakt van documentanalyse en van actuele gegevens. Bestaand materiaal is geïnventariseerd en opnieuw geanalyseerd (het leefbaarheids- en veiligheidsonderzoek, de Enschedese stadspeiling, de Getroffenenmonitor, het Enschede panel). Vervolgens is ten behoeve van het verkrijgen van actuele gegevens een peiling en een focusgroep-onderzoek uitgevoerd. Vijf focusgroep gesprekken hebben plaatsgevonden met burgers uit de vijf stadsdelen. Er hebben 44 inwoners aan deze discussie deelgenomen. Voorafgaand aan deze gesprekken zijn er enkele open en gesloten vragen in de stadspeiling meegenomen en gesteld aan het Enschedepanel over toename/afname externe veiligheid en ervaren veiligheid, ervaren communicatiebeleid, ervaren effecten van het beleid en vertrouwen in de overheid. Aan de peiling is deelgenomen door ongeveer 600 inwoners van Enschede.
Het onderzoeksrapport is op 30 januari naar de Raad gestuurd. De volledige rapportage is te vinden op de website van de Rekenkamercommissie. Dit persbericht bevat de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie die volgen uit de onderzoeksbevindingen.
Een viertal aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamercommissie:
1. De bevinding dat het aantal burgers dat zich zorgen maakt over risicobedrijven in de woonwijk de laatste jaren is afgenomen en in absolute zin niet erg hoog is, mag niet leiden tot vermindering van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. Zorgvuldig extern veligheidsbeleid blijft nodig, juist wanneer de directe aandacht van burger er niet naar uit gaat. De Raad verzoekt het College om vergunningverlening, toezicht en handhaving op het huidige niveau voort te zetten. Het relatief grote aantal mensen dat zich zorgen maakt over het transport van gevaarlijke stoffen maakt duidelijk dat op dit punt het beleid moet worden aangescherpt. Door vaststelling van een voorkeursroute gevaarlijke stoffen is handhaving en tegengaan van transport buiten die route mogelijk.
2. De Raad verzoekt het College om de inzet van communicatie over het externe veiligheidsbeleid te versterken. Hierdoor kan de zichtbaarheid van het beleid voor de burger verbeterd worden. Aan deze aanbeveling kan invulling worden gegeven door bijvoorbeeld bij klachten van burgers met betrekking tot veiligheid een zogenoemd Lik-op-stuk-beleid toe te passen en de resultaten van dat beleid snel en adequaat naar de bevolking terug te koppelen. Over het succes van getroffen beleidsmaatregelen met betrekking tot het (externe) veiligheidsbeleid dient meer met de bevolking gecommuniceerd te worden. Op grond van deze bevindingen en in aanvulling op aanbeveling II komen we ook tot aanbeveling 3.
3. De Raad verzoekt het College om de communicatie over het (externe) veiligheidsbeleid zodanig in te richten dat de informatie de burger daadwerkelijk bereikt. De Raad verzoekt het College om zichzelf daarbij een ambitieuze en meetbare resultaatverplichting op te leggen. Bijvoorbeeld over 2 jaar is minimaal 50% van de bevolking voldoende op de hoogte en over 5 jaar is minimaal 75% van de bevolking voldoende op de hoogte.
4. De Raad verzoekt het College de burger nadrukkelijker te wijzen op de beschikbaarheid van informatie over risicobedrijven, zoals die bijvoorbeeld op de digitale risicokaart is opgenomen. Tevens zal duidelijker aangegeven moeten worden wat de burger zelf kan doen om risico's te verminderen.
8 februari 2012
- Er zijn geen actuele berichten.
- Archief |+|






