Toespraak burgemeester Roelof Bleker ter gelegenheid van Dodenherdenking op 4 mei 2022

Voor het eerst sinds twee jaar zijn we hier weer samen bijeen, jong en oud en van allerlei achtergronden. We herdenken overal in het land de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies van latere tijd. 

Fijn om te zien dat er ook zoveel jonge mensen deelnemen aan deze herdenkingsplechtigheid. Thuis in Appingedam waren wij gewend om altijd om acht uur twee minuten stil te zijn op 4 mei. Ik herinner me die ene keer dat we tijdens waterpolotraining uit het zwembad werden gehaald om stil te zitten op een bankje. Ik begon te praten met de andere jongens. Pas later realiseerde ik me dat het Dodenherdenking was. Nadien schaamde ik mij hiervoor. Ik had beter moeten weten. 

In de 2 minuten stilte straks wordt veel gedacht en herdacht. Een dierbaar en kwetsbaar moment van samenzijn, samen stil zijn, samen herdenken, samen nadenken. We delen de pijn die er is en zal blijven. Vanwege vermoorde of omgekomen familie of vrienden. En vanwege de onaanvaardbare aantasting van wat nooit, nooit mag worden aangetast: de waardigheid en vrijheid van de mens, van alle mensen. Die aantasting begon destijds al lang voordat die zich uiteindelijke in oorlogsgeweld en deportaties manifesteerde.

Stil staan zet ook aan tot nadenken, je zelf vragen stellen: wat zou ik doen als een ander onderdrukt wordt, vervolgd wordt of op de vlucht is? Heb ik de moed en de durf om mijn eigen vrijheid op te geven voor de ander? Want ondanks die bevrijding 77 jaar geleden is vrijheid niet vanzelfsprekend. Daar moeten we nog iedere dag moeite voor doen. Daarom blijft herdenken ook nadenken, en een indringende oproep om waakzaam te zijn. Altijd, ook nu. 
Ik denk straks aan Aron van Gelder en zijn familie. Onlangs mocht ik aan een neef van hem postuum een Mobilisatie Oorlogskruis overhandigen. Aron kreeg deze onderscheiding als blijk van respect en waardering voor zijn inzet als dienstplichtig soldaat onder buitengewoon moeilijke omstandigheden. 

Aron was één van de 105 Twentse Joodse mannen werden opgepakt tijdens de derde grote razzia in Nederland in september 1941 als vergeldingsactie voor het doorknippen van telefoondraden door het verzet. De ernst van de situatie drong toen écht door in Twente. Het Twentse onderduiknetwerk kwam op gang. Ik noem de namen van Sig Menko, Nanne Zwiep en Leendert Overduin die er mede voor zorgden dat vele Joodse Twentenaren een veilige plek konden vinden.

Voor Aron kwam dit te laat: op 25 oktober 1941 is hij op 25-jarige leeftijd vermoord in Mauthausen. Ook zijn vader Meijer, zus Roosje en broers Abraham, Marcus en David, hebben de oorlog niet overleefd. Ter nagedachtenis aan hen liggen er Stolpersteine aan de C.F. Klaarstraat, bij de flat Hessenhof. “Je bent pas dood als je naam niet meer genoemd wordt", zo luidt een Joods gezegde. Daarom is het goed dat wij hier en nu hun namen noemen.

De laatste oorlogsjaren verliepen grimmig in Enschede. Hoe meer de geallieerde opmars tegen de bezetter vorderde, des te strenger werden de maatregelen die door de nazi's genomen werden. Enschedese bedrijven werden gedwongen hun personeel af te romen. Toen dit te weinig resultaat bleek te hebben, ging de bezetter weer over tot razzia’s. De razzia’s van 22 september en 25 oktober 1944 hadden grote invloed op de Enschedese bevolking. Enschede deed wat het kon om de achterblijvers te onderhouden en er werden hulpacties op touw gezet. 
De schaarste nam toe toen Enschede honderden uitgehongerde evacuees uit het Westen opving. Enschede werd ook geconfronteerd met een wassende stroom vluchtelingen die vanuit Duitsland, al dan niet illegaal, de grens passeerden. Deze mensen hadden alles verloren, waren ziek en konden niet terug naar de vaak verwoeste Duitse steden. En ook de monden van de vele onderduikers, waaronder Joodse kinderen, die in Enschede en omgeving waren ondergedoken, moesten worden gevoed. 

77 jaar later ontkom ik er niet aan ook stil te staan bij de inval van Rusland in Oekraïne. Miljoenen mensen op de vlucht, het houdt ons allen bezig. Net als in de Tweede Wereldoorlog zie ik dat velen in Enschede zich het lot aantrekken van de vluchtelingen uit Oekraïne. Hartverwarmend vind ik dit.

De brute inval in Oekraïne heeft de hoop, dat deze vorm van oorlogsvoering in Europa voor altijd tot het verleden zou behoren, de grond ingeslagen. De oorlog in Oekraïne toont de kwetsbaarheid van vrijheid, vrede en de democratische rechtstaat.

Stop de oorlog! Dat is de oproep die we elke dag horen. Via de media komen vreselijke beelden uit Oekraïne iedere dag bij ons binnen. Maar ook beelden van verzet. Niet alleen van Oekraïners maar ook van Russen die de straat op gingen en verzet toonden tegen hun eigen autoritaire leiders. Naast de dappere mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet kwamen en allen die daarbij omkwamen, denk ik daarom vandaag ook aan allen die vandaag de dag moed tonen en met gevaar voor eigen leven in verzet komen. Aan de tienduizenden doden en de honderdduizenden mensen die fysiek of psychisch voor het leven zijn getekend.

Vrede, vrijheid en veiligheid. 4 en 5 mei zijn de jaarlijkse momenten om stil te staan bij de slachtoffers van oorlog en vervolging en om de vrijheid te vieren. Vandaag herdenken we, morgen vieren we. Onze vrijheid is een verbond dat we met elkaar hebben. Zonder wederkerig respect kunnen we niet vrij zijn en niet in vrede leven. Zo realistisch is echt idealisme.

Vandaag staan we bij dit indrukwekkende monument van Mari Andriessen. 69 jaar geleden werd het onthuld ter nagedachtenis van hen die hebben geleden onder de waanzin van de oorlog, die hebben gestreden voor onze vrijheid, die met hun leven hebben betaald voor de vrede. Jong en oud, in grote eenheid en verbondenheid staan wij bij dit monument en zijn straks 2 minuten stil. 

Opdat wij niet vergeten. Ik dank u.