Nieuwjaarstoespraak 2020

07 januari 2020

De nieuwjaarstoespraak van burgemeester Onno van Veldhuizen.

Lieve stadgenoten, noabers oet Twente en van aower de poal; welkom in Enschede, en een heel gelukkig nieuwjaar. Besonders Willkommen auch unsere liebe Nachbarn, die sich die Mühe gegeben haben nach Enschede ab zu reisen, alles Gute zum neuen Jahr.

Mooi dus dat u er bent! En brandweercommandant Stephan Wevers en zijn mensen: hartelijk dank voor jullie gastvrijheid vanavond. Dat we hier vanavond met de goastok te gast zijn, is ook een eerbetoon aan al die mensen die altijd maar weer bij nacht en ontij voor ons klaar staan. Ooit (s)liep ik hier een maandje stage. Ik bewaar er hele goede herinneringen aan. Bij de nachtelijke uitruk werd ik gewekt door een eigen sirene op de kamer. Ondanks goede voornemens draaide ik me nog eens lekker om. Ik ben geen brandweerman.

De muzikale omlijsting wordt vanavond verzorgd door Milou Wesselink. Dochter van een brandweerman uit Twente. Misschien kent u haar ook nog van haar deelname aan de Voice of Holland in 2017? Zij is in ieder geval onze Enschedese stem.

Hoe begonnen we 2020

Hoe begonnen we 2020? De wereldzee is ruw en wij als Enschede zijn er maar een klein scheepje op. Veel in een mensenleven overkomt ons, maar het beste gebeurt als je het lot naar vermogen in eigen handen neemt en dat moesten we met elkaar in Enschede maar doen in 2020.

Het vuurwerk blijft ons bezig houden. Het is verreweg het grootste evenement, dat zonder vergunning plaatsvindt. Dat gaat eigenlijk niet, maar met wat geven en nemen kwamen we er altijd wel uit. De stad is niet exclusief van vuurwerkstokers maar ook niet exclusief van vuurwerkhaters. Dat is ook de welwillende geest van het unieke Burgerbesluit Vuurwerk. We moeten echter constateren dat die traditie en welwillendheid ondanks alle inspanningen van vrijwilligers en professionals, ook bij ons met voeten is getreden. De avond van 1 januari was van 17.00 tot 22.00 uur een informele ‘bonus oud en nieuw’. Het regende klachten. De hulpdiensten zijn niet berekend op twee avonden ‘oud en nieuw’. Na een dialoog waar echt iedereen aan mee kon doen, hebben we niet voor niets in 2017 dat Burgerbesluit genomen. Je daar niet aan houden, is gewoon illegaal en ook asociaal en ook niet democratisch. Dat respect lijkt vervlogen. Blijft dat zo dan zal de vuurwerktraditie niet overleven. En dat is dan ook terecht. Of je nu voor of tegen vuurwerk bent, zo kan het niet. Het is ontaard. Hoe dan wel? We gaan wat mij betreft niet wachten op Den Haag, Europa of anderszins. Waar we samen onze verantwoordelijkheid kunnen nemen, moeten we dat vooral niet laten.

Gauw naar vrolijkere zaken. ‘We’ wonnen – net zoals vorig jaar – weer de hoofdprijs in de Staatsloterij: 15 miljoen euro en het is iedereen gegund maar ik denk dat het lot mooi gevallen is. Het meeste daarvan zal niet aan vuurwerk op gaan. Het jaar 2020 heeft immers 359 dagen over, en die vragen nu om onze aandacht.

De inclusieve stad

2020 wordt een bijzonder jaar. Een jaar met heel verschillende emoties. Onze inclusieve stad heeft daar ruimte voor. Het maakt samen Enschede! Wie weet worden we dit jaar onder de hoede van collega ‘fietsburgemeester’ Hennie Kuiper Fietsstad 2020. Ten tweede - het aftellen naar 700 jaar Enschede in 2025 kan beginnen. Daar was u zich vast nog niet van bewust. Ten derde is het vandaag 5 jaar na Charlie Hebdo. En - ten vierde – staan we op 13 mei stil bij 20 jaar vuurwerkramp. Tenslotte kunnen we ons heel bewust voorbereiden op het vieren van het grote cadeau: 75 jaar vrijheid en bevrijding.

Ik kijk met u hoe onze stad ervoor staat. Daaruit volgt dan ook vanzelf het onderwerp, dat ik nu maar verklap. De inclusieve stad, één van de vijf beleidsdoelen (bereikbaarheid, talent, goed bestuur, duurzaam) van onze gemeente.

Een inclusieve stad is het tegendeel van een exclusieve stad. Geen stad exclusief voor de rijken, geen stad exclusief voor mensen met een bepaalde kleur of culturele achtergrond. Wel een stad waar mensen in vrede samen willen leven, naar elkaar wordt omgekeken en we rekening houden met elkaar.

Waarom is de inclusieve stad zo belangrijk voor het verwezenlijken van al die andere doelen? Veel mensen maken zich zorgen over wie wij samen zijn, de volheid van het land. En tel daarbij ook nog eens de toon van het maatschappelijke debat op. De ander is ons vaak vreemd, terwijl de overheid in toenemende mate tussen ons in staat en zelf onderdeel van het probleem wordt. Dat is niet fijn met alle enorme uitdagingen die we hebben van zorgvraag, armoede tot klimaat. Los dat maar eens op, als men in de samenleving met de ruggen naar elkaar toestaat .

Er is tegelijkertijd – tegengesteld aan het ‘dikke ik’ – een grote behoefte aan een gedeelde identiteit als baken in een wereld vol met turbulente veranderingen. We zijn bijvoorbeeld enorm bezig met wat wel en niet Twents is en wat we als Twente samen kunnen. We hergroeperen ons voortdurend op de uitdagingen van de tijd omdat we ook wel weten dat het alleen niet gaat en we samen willen blijven.

Hoe staat de stad ervoor?

Het afgelopen jaar was economisch voor Enschede en heel Twente een misschien wel historisch jaar. Het begint met Nederland. Ons land staat mondiaal op de vierde plaats van de meest concurrerende economieën en in Europa zelfs op de eerste plaats. Mede in die context citeer ik de Twente Index 2019: “De Twentse Economie heeft de negatieve gevolgen van haar textielverleden achter zich gelaten. Door de jarenlange positieve economische ontwikkeling sterker dan Nederland als geheel, is de Twentse economie een van de koplopers van ons land”. Zinnen om even stil bij te staan en voor Enschede uit te diepen. Bij ons daalde de werkloosheid naar 5.2 procent. Naar mijn weten is dat een laagte record. Iedereen weet de weg naar Enschede vanuit alle windrichtingen steeds beter te vinden. De stad bloeit (bijvoorbeeld Kop Boulevard en Centrumkwadrant) en zal met alle ontwikkelingen die in het vat zitten er over 5 jaar nog weer mooier uitzien. Samenvattend zijn we gewoon wereldtop en op de goede weg met heel hard werken; de stad van stoom en strijd, die zo’n talent heeft om dingen eerder en beter te doen, tegen de stroom in vaak vooroploopt. Een stad waar we echt trots op mogen zijn en wie weet mogen we dit jaar de 160.000ste inwoner begroeten. U vindt de lofzang wel mooi geweest. Dat begrijp ik. Het is niet zo Twents.

Die vrolijke werkelijkheid wordt ook zeker niet op alle plaatsen en door iedereen zo gevoeld. Helemaal niet zelfs. Het piept en het kraakt bij de politie, in de zorg, bij de boeren en in het onderwijs. De milieu- en klimaatvoorschriften bijten, de krappe woningmarkt stokt en we kennen ook in onze stad de ‘working poor’, die met meerdere losse baantjes (zzp-er/flexwerker) of een moeizaam bedrijf  het hoofd boven water proberen te houden.

We staan al jaren in de top wanneer het gaat om armoede (plaats 45 van de 50 grootste gemeenten). Een armoede die de neiging heeft zich te handhaven en uit te breiden waar die eenmaal is. Kinderen zijn dan vooral heel kwetsbaar. Zo groeit in Enschede 40 procent van niet Westerse kinderen met een migratieachtergrond op in een gezin dat het in het beste geval met hoogstens 1.700 euro per maand (120 procent van het sociaal minimum) moet doen. Veel kinderen – zo hoor ik - hebben te jong te omvangrijke bijbaantjes in supermarkten en bij maaltijdbezorgdiensten om bij te dragen en school lijdt daaronder. Tegelijkertijd lonkt als bevrijding het snelle geld van de criminaliteit. Armoede maakt kwetsbaar en stigmatiseert. Kortom: Omarm Enschede, naar de prachtige serie van 1Twente en Tubantia. We hebben die behoefte, maar kunnen we het waarmaken?

De arme gemeente als overbelaste en onderbetaalde ‘Haagse franchisenemer’

De gemeente heeft voor de inclusieve stad onmiskenbaar een grote en cruciale rol. Ongeveer de helft van onze begroting (350 miljoen euro) zit sinds de beroemde decentralisaties in allerlei ondersteuning van werk en scholing tot zorg. Vaak beklemt het mij hoeveel wij doen. We helpen bij schulden, wij ondersteunen huishoudens waar nodig, we helpen bij de opvoeding, checken of de kinderen naar school gaan. Verder bemiddelen we bij ruzies in en buitenshuis, we geven geestelijke zorg en plaatsen mensen soms kortere of langere tijd uit huis. Ook brengen we als het moet kinderen elders onder. De gemeente is in veel huishoudens bijna een gezinslid. En als je het echt niet meer weet, mail je 24/7 de burgervader. Gelukkig maar. Het is een groot goed om er voor bijna 160.000 inwoners als gezicht en mens te zijn.

Aan de andere kant het is onmogelijk om als overheid alle mensen te helpen. We schieten dagelijks te kort. Onze mensen neem ik dat niet kwalijk. Integendeel: ik neem mijn pet voor hen af. Een goede ambtenaar zijn, is toenemend een hoog ambt en een echte kunst. Daar werken we iedere dag aan. En tegelijkertijd: hoe kunnen we al die zorg met te weinig middelen en ruimte ooit in vertrouwen waarmaken?

Vijf jaar na de decentralisaties van 1 januari 2015 zijn we als gemeente verworden tot een overbelaste en onderbetaalde ‘Haagse franchisenemer’. Die van alles moet en voor datgene wat mag, geen of onvoldoende geld heeft. Dit kan natuurlijk echt niet. Noodzakelijke investeringen worden uitgesteld of minder gedaan. De rekening schuiven we door. Het tafelzilver is grotendeels verkocht, onze spaarrekening heeft in de afgelopen tien jaar 8 keer dienstgedaan om klappen op te vangen. Wij zijn 70 miljoen euro armer en bezuinigden voor 110 miljoen euro op die plekken (fysieke ruimte, sport, cultuur en veiligheid) waar we dingen mochten en niet moesten (zorg/bijstand). De gemeente is zelf een ’steun trekkend’ arm gezin geworden. Aan een volgende crisis moet ik even niet denken. Het dak is in de zomer niet gerepareerd. Integendeel.

En dat is om meerdere redenen onaanvaardbaar. Ten eerste kachelt onze stad op den duur onvermijdelijk achteruit bij ongewijzigd beleid. De minister van Financiën zelf spreekt voor wat betreft de hoogte van de zorguitgaven over een koekoeksjong dat de andere belangen het nest uitwerkt. Ten tweede de rijksoverheid, als ouders van het koekoeksjong, tast de autonomie van stadsbestuur en ook de lokale samenleving als democratie aan, zoals die in de Grondwet staat. Dit alles wordt - ten derde - nog schrijnender in een tijd waarin staatsleningen tegen negatieve rente over de toonbank gaan: iedereen die geld wil steken in Nederlandse staatsobligaties moet daar nu voor betalen. Historisch een uniek feit. En dat terwijl het Rijk zelf op de eigen begroting voor het vierde jaar op rij, miljarden overhoudt. Ook uniek voor de laatste 45 jaar. Het is tijd om te investeren en dit veel slimmer binnen de grondwet te organiseren. Het vraagt ook van het Rijk om de euro daar te laten landen waar deze het meest rendeert en te zorgen dat met het hoofd in de Haagse wolken niet moet sleutelen aan de gemeentelijke rechten. Het gezamenlijke investeren, zoals je dat ziet in de Regiodeal, zou je ook bewuster en scherper in het sociale domein willen terugzien. Maar we zijn daarbij zelf ook aan zet om ons beste beentje voor te zetten.

Dit biedt mij ook de gelegenheid onze gemeenteraadsleden te complimenteren en aan te moedigen. Niet met de duur van de vergaderingen – hoewel dat natuurlijk voor 100 procent aan de voorzitter te wijten is – wel in de manier waarop 13 raadsfracties met veel te weinig geld, toch nog samen voor de stad het goede proberen te doen. We lijken te begrijpen dat we in onze omgang met elkaar een voorbeeld zijn en onze mensen vooral bestuur verwachten en geen gedoe of selfiepolitiek. We moeten goed samenleven goed voorleven. De ander is er gewoon en daar zul je het niet alleen mee moeten doen, maar ook wat voor moeten doen. We hebben elkaar nodig. De stad heeft ons nodig. Twente heeft de stad nodig en omgekeerd.

Conclusie en afsluiting

Willen wij Enschede omarmen? Ja, natuurlijk. We willen heel Twente omarmen. Kijk met hoeveel mensen wij naar Hanna van Hendrik gingen, kijk naar de uitverkochte Twentse Eindejaarsconference, kijk naar al die mensen die meededen aan de traditionele Twentsche Midwinterhoornwandeling en let eens op de Twentse Ambassadeurs die zich waar ook ter wereld nog steeds Tukker voelen, al dan niet met een Twentse Ambassade in de buurt. Mensen op zoek naar samen, die helemaal niet in een stad van ‘ieder voor zich’ willen wonen; we willen ergens bij horen, thuis zijn. En kijk ook vooral naar al die mensen die het woord noaberschap, solidariteit, naastenliefde invulling geven. Honderden vrijwilligers in allerlei organisaties die vaak uit eigen ervaring zich sterk maken voor al die mensen die het voor korte of vaak langere tijd moeilijk hebben. Het zijn er teveel om op te noemen, maar het is in z’n omvang wel ook echt Enschede.

Lieve mensen, we zijn een rijke en een arme stad. Het is allebei waar. En we zijn het altijd al geweest. Laten we in 2020 weer het taaie en trotse Enschede zijn, dat niet afwacht maar voor haar inwoners en Twente voorop gaat. In de stad en buiten de stad. Nationaal en internationaal, ook over grens. Onze grootste rijkdom zijn wij met elkaar als we iedere dag vrij naar het slotlied van Hanna van Hendrik zingen “Dit is mijn stad, mijn toekomst, mijn verleden, 4 seizoenen thuis, hart van mijn heden”. Laten we er een waardevol 75ste jaar van de vrijheid van maken. Ik dank en OmArm u.