Toespraak burgemeester Van Veldhuizen

Burgemeester Onno van Veldhuizen
04 mei 2020

Ter gelegenheid van Dodenherdenking 4 mei 2020.

Lieve Stadgenoten,

75 jaar vrede. Hoe graag had ik hier, bij ons monument, samen met u gestaan. Ik mis u vanavond meer dan ooit in de afgelopen weken. Ik denk terug hoe in voorgaande jaren het Volkspark zich langzaam vulde met de stoet van stille mensen uit de binnenstad en hoe anderen van achter het lentegroen in kleine groepjes tevoorschijn kwamen. Ik verheugde mij over een ieder die kwam.

Ik mis u vanavond, omdat voor het eerst een breuk in die zo belangrijke traditie is gekomen. En ik mis u, omdat alleen samen te gedenken valt; vrede deel je. Het samen herdenken van die onnoembare oorlog gaf en geeft mij uiteindelijk altijd kracht en hoop. Vrede is immers het grootste cadeau dat je krijgt en het meest kostbare geschenk om ook weer door te geven.

Vrede is een werkwoord. Als het nooit meer mag gebeuren, moet je er altijd over blijven praten. Om uiteindelijk te zwijgen; die twee minuten stilte als het eigenlijke centrum van onze stad en van onszelf. Eén keer per jaar. Je hoort alleen de vogels en het slaan van je hart, je ziet al je medemensen; ook diegene die nog uit eigen herinnering over die oorlog kunnen vertellen, voor de laatste keer een mijlpaal van 75 jaar vierend. Hoe wrang is het dat we vooral hen vanavond hier moeten missen.

Ik zie u allemaal in gedachten vanavond om acht uur voor onze huisdeur, wanneer ik daar met mijn vrouw in stilte sta. Niemand staat vanavond alleen, als we dat allemaal voor onze eigen huisdeur doen.

Die oorlog die nu 75 jaar voorbij is, heeft ons als stad en samenleving ten diepste gekleurd. Niet alleen door het verlies van 1207 Enschedeërs door genocide, concentratiekampen, razzia’s, honger, vergissingsbombardementen en ander oorlogsgeweld. Maar zeker ook door de mensen die met gevaar voor hun leven en dat van hun naasten uit overtuiging opstonden tegen het Nazigeweld. De stille helden die ten koste van zichzelf in verzet kwamen zonder uitzicht op succes en met geen enkele wetenschap over duur en afloop van de oorlog.

Vandaag wil ik er drie noemen. Sig Menko, de voorzitter van de Enschedese Joodsche Raad, die mensen liet waarschuwen om onder te duiken en niet op transport te gaan en er zo voor zorgde dat hier aanzienlijk minder mensen de dood in concentratiekampen vonden. De Dominees Nanne Zwiep en Leendert Overduin, beiden het geweten van de stad genoemd, Zwiep om zijn duidelijke en dappere taal, die hij met de dood moest bekopen.

Overduin voor zijn lang te stil gebleven onmetelijke daden om naar schatting rond de duizend Joden onder te laten duiken en hen daar van al het nodige te voorzien. Na de oorlog zette hij zich even onbaatzuchtig in voor de gedupeerde kinderen en vrouwen van NSB’ers en collecteerde voor hen ook bij Joodse families. Met succes. Het zijn namen die bij ons blijven, net als van diegene die op de huid van onze stad zijn geschreven in het steenschrift van Stolpersteine. Het werk daar is nog niet af. Er liggen nu 222 Stolpersteine. We hebben nog vele Stolpersteine te gaan. Dat blijft een Ereschuld ook na 75 jaar. Opdat wij niet vergeten.

Wij zijn zo door die oorlog – ook wanneer we hem niet meemaakten - allemaal andere mensen geworden; gewaarschuwde mensen. Wij kennen geen eerste en tweede klas burgers, geen unter- en übermenschen. Bij ons telt het individu en niet zijn afkomst, geslacht, geaardheid of levensovertuiging. Op die gelijkwaardigheid berust onze vrijheid. De één is niet meer vrij dan de ander en ook niet meer gelijk. De herdenking is een jaarlijkse oefening om het kompas van onze samenleving weer moedig en eerlijk te herijken, te kalibreren. Het is nooit vanzelfsprekend en met het voortschrijden van de tijd wordt de opgave van vrede groter.

Misschien zijn we daar dit jaar meer dan ooit toe in staat omdat we onvrijheid, verlies en onzekerheid massaal ervaren door een dodelijk virus. De grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog. Het blijft -gelukkig- een hele bleke vergelijking. Eentje die in redelijkheid achterwege moet blijven. De Tweede Wereldoorlog eiste 55 miljoen slachtoffers, 17 doden per minuut, waarbij de materiële - en immateriële schade voor alle overlevenden zo groot was dat het ook over de generaties die na hen kwamen een onuitwisbare stille en vaak onzichtbare schaduw legde.

Ik laat tot slot juist op deze dag de woorden van de onvergetelijke dominee Overduin klinken zoals hij die - vandaag precies 55 jaar geleden - uitsprak op 4 mei 1970 bij het graf van Dr. Thiadens, een verzetsman en een van de allerlaatste slachtoffers van de oorlog. Woorden overleven ons en zijn bodes naar de toekomst. Ik draag ze verder en citeer:

“Als er een roep uit gaat van onze gevallenen en van die miljoenen slachtoffers dan is het onze dure verplichting te verhinderen dat ooit op enigerlei wijze een bodem toebereid wordt, waarop zulk een demonische gruwel mogelijk was. Onze bevrijding en vrijheid is een kans, een verantwoordelijkheid die we niet straffeloos kunnen laten liggen. Steeds opnieuw zullen we onze vrijheid ons waardig moeten maken of anders te niet doen. Het is lichter uit een nederlaag op te staan dan op de hoogte van de overwinning te staan en deze waar te maken. Het is lichter te bevrijden en vrij gemaakt te worden dan de vrijheid te realiseren en te bewaren.”

Ik dank u en wens u en uw naasten vrede, liefde en gezondheid.