Bijen en andere insecten

De honingbij is de bekendste en meest talrijke bijensoort en wordt op grote schaal door mensen gehuisvest. Maar er zijn in Nederland ook wilde bijensoorten. De hommel is er daar een van. In totaal zijn er 360 soorten bijen in Nederland waargenomen. Daarvan staat 56 % op de rode lijst, dat wil zeggen dat ze bedreigd zijn in hun voortbestaan. Voor de bestuiving  en dus voortbestaan van wilde planten en voedsel gewassen zijn zowel de honingbij als de wilde bijensoorten van groot belang. Er wordt vanwege hun kwetsbaarheid en hun belang voor de bestuiving van gewassen de laatste jaren steeds meer aan bescherming gedaan voor de honingbij en de wilde bij.

De honingbij

Honingbijen leven samen als volk. Er is één koningin die de eitjes legt, wel 1200 tot 2000 per dag. Er zijn enkele honderden darren, mannelijke bijen die de jonge koninginnen bevruchten. Een volk bestaat echter grotendeels uit werkbijen met ieder een eigen taak. Er zijn bijvoorbeeld poetsbijen die in de bijenkorf actief zijn met het schoon houden van de cellen, het bouwen van raten, het verzorgen van de larven, etc. Dan zijn er haalbijen die in een straal van 3km rondom de bijenkorf vliegen en nectar brengen. Voor een potje honing leggen deze bijen gezamenlijk wel 60.000 km af en bezoeken ze miljoenen bloemen. Tenslotte zijn er ook nog speurbijen. Deze zijn constant op zoek naar nieuwe bloeiende planten en nectar. Werkbijen leven ongeveer 6 weken.

Honing wordt gemaakt van nectar in de honingzak van de bij. Dit is een soort maagje waar enzymen de nectar omzetten naar honing. Als dit proces voltooid is, wordt de honing in de cellen van de raten gespoten. Overtollig vocht wordt aan de honing onttrokken, doordat de bijen wapperen met hun vleugels. Daarna wordt de honingraat afgedekt om de honing  te kunnen bewaren tot de winter; dan pas wordt de voorraad weer aangeboord.

De wilde bij

De wilde bij, soms ook wel  solitaire bij genoemd, doet nagenoeg alles alleen in z’n leven. Het maken van een nest, het leggen van eitjes en het zoeken van voedsel. De vrouwtjes hebben als taak om een nestje te maken, dit kan zijn een gangetje in de grond, in een steen of in hout. Er zijn ook soorten die zelf een nestje bouwen van aarde vermengd met speeksel of van bladeren. Daarna gaat zij stuifmeel verzamelen. Sommige soorten zijn afhankelijk van bepaalde plantensoorten. Het stuifmeel wordt verzameld in de nestplaats en vermengd met een beetje nectar. Dan wordt er een eitje bij gelegd en wordt het nestje afgesloten. Het eitje komt uit, de larve eet het stuifmeel en ontwikkelt zich tot een pop. Het volgende seizoen komt hier weer een volwassen bij uit. Mannelijke solitaire bijen leven korter dan de vrouwtjes. Als ze na de winter tevoorschijn komen, gaan ze op zoek naar vrouwtjes. Na de paring zit hun taak er al weer op. Vaak leven ze dan nog een paar weken. Wilde bijen kennen allemaal hun eigen specifieke levensomstandigheden.

Bijensteken

Het zijn met name de honingbijen die kunnen steken. Dat doen ze alleen maar als ze zich bedreigd voelen of om hun kolonie te beschermen. Bij een bijensteek blijft de angel in de huid van het slachtoffer achter. De steek gaat daardoor ten koste van het leven van de bij. Een bijensteek geeft over het algemeen een felle pijn in het begin. Bij imkers blijft het daar vaak bij, doordat hun lichaam aan de steken gewend is. Maar bij de meeste mensen geeft een bijensteek in het verdere verloop allergische reacties, zoals zwellingen, rode plekken en jeuk.

Bedreigingen voor de bij

De laatste decennia zijn veel bijensoorten verdwenen uit Nederland of bedreigd. Dit komt doordat er minder verschillende plantensoorten en minder ‘rommelige hoekjes’ voor nestgelegenheden zijn. Ook het gebruik van gif in de landbouw en de tuin is schadelijk voor bijen.

Meer weten over bijen 

Vlinders en rupsen

Ook vlinders zijn voor hun voortbestaan sterk afhankelijk van wilde bloemen. Vlinders drinkende nectar uit verschillende  bloemen, maar ze leggen hun eitjes, waar later de rupsen uit kruipen, op specifieke soorten planten, de zogenaamde ‘waardplanten’. De rupsjes eten de bladeren van deze plant en zullen snel groter worden. Na een tijdje verstopt de rups zich in de grond of in een plant en verandert hij in een pop. Het duurt een paar weken tot de pop zich tot een vlinder heeft ontwikkeld. De pop zal openbreken en de vleugels van de vlinder vouwen zich langzaam uit en drogen op. Dan zal de vlinder kunnen vliegen en op zoek gaan naar een partner en naar voedsel.

Meer weten over vlinders: www.vlinderstichting.nl

Insecten

Bijen en vlinders zijn maar twee van de ontzettende grote groep van insectensoorten. Insecten, zoals kevers, wantsen, libellen, sprinkhanen, krekels, mieren etc. etc.  vormen, met bijna een miljoen beschreven soorten, de grootste groep van de dieren. En dan zijn er naar schatting tussen de enkele honderdduizenden en een aantal miljoen nog niet ontdekt. De wetenschap die zich met insecten bezig houdt heet entomologie.

Meer weten over insecten: www.beesies.nl