Bodemopbouw

Onder bodem wordt volgens de Wet Bodembescherming (Wbb) verstaan "het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare (water) en gasvormige (lucht) bestanddelen en organismen (planten en dieren)". In de bodem spelen zich bodemvormende processen af. Deze bodemvormende processen veroorzaken veranderingen in de samenstelling van de bodem die zichtbaar worden in de vorming van bodemlagen zoals zand, klei, etc. De samenstelling van de bodem is op zijn beurt bepalend voor gebruik en functie (wonen, industrie, landbouw of natuur).

In de ijstijd zijn door het landijs de bodemlagen opgestuwd en gedeeltelijke over elkaar geschoven. Hierdoor ligt Enschede op de rand van een stuwwal. De bodem onder Enschede bestaat vanaf het maaiveld globaal uit een toplaag (ook wel bovenste laag van de bodem) met gemengde en geroerde grond, een fijnzandige laag, lemige laag, een grofzandige laag en een kleilaag. De lemige laag en de kleilaag zijn slecht doorlatende bodemlagen. In de lemige bodemlaag zijn lokaal zandbanen aanwezig. Via deze goed doorlatende zandbanen en zandlagen kan grondwaterstroming plaatsvinden.

Voor de bodemopbouw van de gemeente Enschede kunt u onderstaande afbeelding bekijken.

De slecht doorlatende diepe kleilaag bevindt zich tussen de 12 en 20 meter beneden het maaiveld. De grofzandige laag hierboven is het eerste watervoerende pakket (diep grondwater), welke wordt afgesloten door de slechter doorlatende lemige laag met zandbanen. Het freatisch grondwater (ondiep grondwater) dat zich boven de grofzandige laag bevindt, is aanwezig in een fijnzandige laag met gemengde en geroerde grond.

Voor de geohydrologische profielen van de gemeente Enschede kunt u onderstaande afbeelding bekijken.