Ongewenste plantensoorten / Invasieve plantenexoten

Landelijk en ook in Enschede zien we op verschillende plekken plantensoorten die niet van oorsprong in de omgeving thuis horen en zich snel verspreiden. Deze soorten hebben de verzamelnaam “invasieve plantenexoten” en zijn schadelijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Japanse Duizendknoop, Reuzenberenklauw of Ambrosia (hooikoortsplant).

Deze invasieve plantenexoten zijn schadelijk, omdat ze:

  • Andere plantensoorten verdringen en daardoor de biodiversiteit aantasten (alle invasieve plantenexoten).
  • Soms schadelijk voor uw gezondheid kunnen zijn (Reuzenberenklauw, Ambrosia).
  • Schade kunnen veroorzaken aan wegen (Japanse Duizendknoop).

Kenmerkend aan deze soorten is dat ze zeer moeilijk te bestrijden zijn. Daarnaast is de mens vaak zelf de grootste verspreider. Daarom vragen wij ook uw hulp bij het voorkomen van verdere verspreiding. Op deze pagina leest u hier meer over.

De belangrijkste soorten

De belangrijkste soorten die we in Enschede willen aanpakken zijn hieronder genoemd, met een verwijzing naar meer algemene pagina’s met foto’s en meer informatie over de herkenning.

Jakobskruiskruid is geen exoot

De gemeente krijgt soms ook vragen van bewoners over Jacobskruiskruid. Een geel bloeiende tweejarige plant die in grassen en bermen voor kan komen.

Bij inname in grote aantallen kan deze plant bij vee en paarden voor gezondheidsproblemen zorgen. Dit vooral als de plant onherkenbaar is verwerkt in droogvoer en hooi. In de natuur of het gras herkennen de dieren de plant meestal en eten hem niet zo snel. De soort komt daarbij van oorsprong gewoon voor in Nederland. Ook komt de soort niet of nauwelijks voor in goed onderhouden weidelanden. Om deze reden bestrijdt de gemeente deze soort niet.

Aanpak door gemeente

De gemeente werkt actief aan het voorkomen en inperken van de verdere verspreiding van invasieve plantenexoten in de openbare ruimte.

Daarvoor brengen we bijvoorbeeld locaties in beeld en bepalen aan de hand van een risico-afweging op welke plekken we de planten actief gaan bestrijden. Dit gebeurt aan de hand van afweging van bijvoorbeeld de plantensoort, de locatie, de omvang van het aantal planten en het risico dat ze op deze plek kunnen vormen.

Bestrijding niet op alle plekken

De gemeente bestrijdt de ongewenste planten niet op alle plekken in de openbare ruimte. Dit omdat de bestrijding van invasieve plantenexoten:

  • Zeer moeilijk en kostbaar is (voor sommige soorten is er landelijk nog geen effectieve bestrijding bekend).
  • Er vaak chemische middelen bij nodig zijn, die ook weer schadelijk kunnen zijn voor andere planten en dieren.
  • Soorten soms al breed verspreid voorkomen of op aangrenzende gebieden de plant veelvuldig voorkomt en daar niet bestreden wordt.
  • Verstoring van planten ook juist weer een groeireactie kan veroorzaken bij de planten of resten die aan machines blijven zitten weer kunnen zorgen voor verdere verspreiding.
  • Intensieve bestrijding voorkomt dat de natuur zich zelf kan herstellen of aanpassen op dzee nieuwe soorten, waardoor het probleem op langere termijn in stand blijft.

De gemeente maakt daarom een constante afweging tussen een zo doelbewust mogelijke inzet van middelen, mogelijke risico’s, de wetgeving en het voorkomen van verdere verspreiding.

Bij de aanpak van ongewenste planten werkt de gemeente Enschede samen met partners, zoals Waterschap Vechtstromen, Landschapsbeheer Overijssel, Natuurmonumenten en regiogemeenten, zoals de gemeente Hengelo.

Waarom de gemeente soms chemische middelen gebruikt bij de bestrijding

De gemeente gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen (zoals Roundup) in de openbare ruimte voor bijvoorbeeld onkruidbestrijding. Alleen voor de aanpak van sommige invasieve plantenexoten worden chemische middelen gebruikt, omdat dit de enige aanpak is die helpt tegen deze agressief verspreidende planten. Daarbij wordt het middel rechtstreeks op de plant gespoten of - na het verwijderen van de stengel van de plant - op het restant van de stam of stronk gesmeerd.

Hoe u zelf kunt helpen

De mens is meestal zelf de grootste verspreider van de invasieve plantenexoten. Zo worden de Japanse Duizendknoop, Reuzenberenklauw en Reuzenbalsemien als tuinplanten gehouden en kan het leeggooien van uw aquarium of vijver leiden tot de verspreiding van bijvoorbeeld invasieve waterplanten. Ook u kunt dus helpen bij het voorkomen van verdere verspreiding. Hieronder vindt u wat tips en aanbevelingen voor als u invasieve plantenexoten in uw tuin aantreft.

Tips voor uw eigen terrein

Komen invasieve plantenexoten voor op uw eigen terrein? Zorg dan dat ze zich niet verder verspreiden door:

  • De planten uit te graven, waarbij het belangrijk is dat u alle wortels weghaalt. Want bij sommige soorten kan het kleinste stukje wortel weer uitgroeien tot een nieuwe plant.
  • De stengels een aantal keren per jaar (als ze uit de grond komen) weg te halen, door ze bijvoorbeeld uit te trekken.
  • Grote plekken met veel planten kunt u ook aanpakken door de planten weg te halen. De plek om te vormen naar gazon en deze minimaal eens per twee weken te maaien. Gooi het maaisel dan wel altijd in de grijze container!
     

Aanbevelingen

  • Ga altijd voorzichtig te werk. Draag zo nodig beschermende kleding (bij bijvoorbeeld Reuzenberenklauw of Ambrosia) of vraag het een hovenier.
  • Behandel afgesnoeide of verwijderde takken, wortels of andere materialen van invasieve plantenexoten als huishoudelijk afval en gooi ze dus in uw restafvalcontainer: in de grijze container. Gooi de planten nooit in de groen(e) container of op andere plekken in uw tuin of het groen, want dan kunnen ze zich weer verder verspreiden.
  • Gooi planten uit uw vijver of aquarium nooit in open water, zoals openbare vijvers, beken of sloten.
     

Invasieve plantenexoten melden

U hoeft invasieve plantenexoten in de openbare ruimte alleen te melden bij de gemeente als deze voor een onveilige situatie kunnen zorgen. Denk bijvoorbeeld aan een Reuzenberenklauw bij een fiets- of wandelpad of bij een speeltuintje. U kunt deze situaties melden via een melding openbare ruimte.
Gebruik daarbij hoofdcategorie: “Overlast overig”.