Historie en locatie

Klimaatverandering

Over klimaatverandering gesproken

In de IJstijd was ons land een pooltoendra. Er was weinig anders dan lage begroeiing en de bodem was diep bevroren. Uit droge, brede en ondiepe rivierbeddingen waaide door sterke winden veel zand op. Dit zand kwam op andere plekken terecht en vormde dikke dekzandlagen. 

Aan het einde van de IJstijd waren er enkele kort opeenvolgende warmere perioden, de Bölling (15.700 – 14.025 jaar geleden) en de Allerød-periode (13.675 – 12.745 jaar geleden). In de Bölling-periode was de gemiddelde jaartemperatuur iets lager dan nu. In de Allerød-periode was het koeler en lag de temperatuur op ongeveer 4 graden. Het landschap in de Allerød-periode bestond uit berken- en dennenbossen. In ongeveer 1000 jaar ontstond er een bosbodem. Hiervan is de Laag van Usselo het restant. 

Nog één keer ging de temperatuur flink naar beneden in de Late Dryas-periode (12.745 – 11.755 jaar geleden). Ook weer ongeveer 1000 jaar lang. De jaartemperatuur daalde tot minder dan -4 graden. De bosvegetatie stierf en verdorde. Door blikseminslagen ontstonden bosbranden. In de bodem kwam houtskool terecht. Er ontstond weer een ijskoude toendra en er werd weer veel zand afgezet. 

Daarna was het snel gedaan met de IJstijd. In een korte tijd van 40 tot 50 jaar steeg de jaartemperatuur onvoorstelbaar snel, met meer dan 7 graden. In de daaropvolgende 2500 jaar steeg de temperatuur nog eens met 7 graden. Dat is pas klimaatverandering! Ongeveer 2500 jaar na het einde van de IJstijd was het zelfs wat warmer dan tegenwoordig.

De mens had met de flinke stijging en daling van de temperatuur maar te leven.
(Informatie bij object Laag van Usselo: Land en klimaat aan het einde van de IJstijd)

Mens en bestaan

Mens en bestaan aan het einde van de IJstijd

Tijdens de Allerød-periode leefden tijdelijk mensen in deze omgeving. Ze woonden daar een paar weken tot een paar maanden. Regelmatig kwamen ze op dezelfde plek terug. Deze mensen heten jagers en verzamelaars. Ze woonden dus niet permanent op één plaats, maar trokken in een groter gebied rond. Ze leefden vooral van jacht. Maar ook visvangst en het verzamelen van plantaardig voedsel was een belangrijke bezigheid. Na meer dan 13.000 jaar zijn alleen nog de vuurstenen werktuigen en de resten van vuursteenbewerking in de bodem bewaard gebleven. Ze zijn gevonden op een niveau net onder de Laag van Usselo. De vuursteenconcentraties in de bodem  zijn de enige sporen van de tijdelijke kampementen. Dit bleek uit opgravingen niet ver van deze plek. Toen bleek ook dat de jagers een paar duizend jaar later opnieuw tijdelijk op deze plek verbleven. 

Toen de koude Late Dryas-periode (12.745 jaar geleden)  op gang kwam, trokken de mensen weg naar het zuiden of ze pasten zich aan. Ander klimaat, ander voedsel. In de koude toendra leefden ze bijna geheel van de jacht op rendieren en volgden ze de kuddes over afstanden van honderden kilometers.

De IJstijd eindigt binnen enkele generaties. Voor de rendieren werd het te warm. Ze kwamen niet meer en de jagers trokken mee of moesten zich opnieuw aanpassen aan het nieuwe klimaat. 

Onder latere generaties bleven de verhalen over de koude tijden nog bestaan: “Opa, vertel nog eens over de ijstijd.”

(Informatie bij object Laag van Usselo)

Schema bodemopbouw

Locatie belevingsplek

De belevingsplek bevindt zich op Het Rutbeek

Op de hoek Hegebeekweg-Ontginningsweg, het bospad volgen. Na ongeveer 100 meter ziet u de belevingsplek aan de rechterkant van het pad. Het bospad is onderdeel van de oude Helweg.  

U kunt ook gebruik maken van de toegangswegen van Het Rutbeek en het pad om de plas volgen. In de bruine zone van het park ligt het object op het monument de Laag van Usselo. Ook het pad voor mountainbiken loopt langs de belevingsplek.