Bijstand en terugvordering

In bepaalde situaties kan het voorkomen dat u de aan u verleende uitkering moet terugbetalen. Dit kan zijn omdat aan u alsnog een andere uitkering is toegekend of omdat er te weinig inkomsten zijn verrekend. Er kan ook te veel uitkering zijn verstrekt, omdat u informatie die van belang is voor uw uitkering niet of niet tijdig heeft doorgegeven. Ook kan de gemeente een verstrekte geldlening terugvorderen als u niet voldoet aan de aflossingsverplichting.

De gemeente vordert het bedrag over het lopende kalenderjaar netto van u terug. Als dat kalenderjaar is verstreken, wordt het bedrag vanaf 1 januari van het nieuwe jaar in principe gebruteerd. Dit wil zeggen dat u ook het bedrag moet terugbetalen dat over uw uitkering aan loonheffing (loonbelasting en premies) is betaald. Dit bedrag is door de gemeente rechtstreeks aan de belastingdienst uitbetaald.

U kunt de gemeente vragen om in termijnen af te lossen. Het bedrag dat u moet betalen, moet u voor de 15e van elke maand aan de gemeente overmaken onder vermelding van uw naam en burgerservicenummer. Als u vermogen heeft (o.a. spaargeld, een auto) moet u dit ook gebruiken om de bijstand terug te betalen.

Als u niet betaalt kan de gemeente via beslag op uw loon/uitkering of een deurwaarder het bedrag toch van u incasseren. Alle extra kosten die de gemeente hiervoor maakt zijn voor uw rekening. Ook moet u de wettelijke rente betalen over de resterende vordering vanaf het moment dat de gemeente een deurwaarder heeft ingeschakeld.

Meer informatie kunt u terugvinden in de toelichting dat u bij het terugvorderingsbesluit ontvangt.