Klein Wmo-overschot in 2015

De berichtgeving in de pers dat de gemeente Enschede 15 miljoen Euro aan Wmo-geld overhield in 2015 en dit niet zou besteden aan de zorg, klopt niet. Iedereen die een rechtmatig verzoek indiende voor een bijdrage vanuit de Wmo, kreeg die zorg ook.

Hoe komt men dan aan die 15 miljoen?

Het ministerie van BZK (de pers nam dit over) rekent met maatstaven. Dit zijn niet de werkelijke getallen. Vorige week heeft wethouder Eerenberg (financiën) aan de gemeenteraad toegelicht dat Enschede in 2015 maar 1 miljoen overhield. Over 2016 verwachten we een tekort van 1 miljoen. Over de bestedingen maakt het college afspraken met de gemeenteraad. Het belangrijkste is: de zorg (ook voor jeugd) komt terecht waar deze hoort; bij de inwoners die het nodig hebben.

Bovenstaand bericht staat vandaag (30 november) ook in de Enschede Centraal in de Huis aan Huis Enschede. Hieronder een nadere uitleg:

Hoe kan het dat er een verschil zit tussen de getallen van het ministerie en de gemeente Enschede?

Het ministerie van BZK rekent met maatstaven. Dat zijn fictieve getallen. De pers heeft deze getallen overgenomen. Ze geven een inschatting, maar zijn niet de werkelijke getallen. Het is een ander rekenmodel. Het werkelijke overschot over 2015 bedraagt 3 miljoen. Een bedrag van 1,5 miljoen was al toegekend voor reserve, een bedrag van 6 ton is gereserveerd voor huishoudelijke hulp (daar kan een beroep op worden gedaan). Dan hou je dus een overschot over van 9 ton over (zie taartdiagram). 

Houdt de gemeente in 2016 weer ‘Wmo-geld’ over?

Over 2016 verwacht de gemeente een tekort. Hierover is de gemeenteraad al geïnformeerd in de Zomernota. Bij de gemeente Enschede gaat het niet alleen om “Wmo-geld”. De gemeente Enschede kiest ervoor om het geld onder te verdelen in Wmo, Jeugdhulp en participatie. Die verdeling is gebaseerd op wat de stad werkelijk nodig had en uitgaf aan zorg in 2015. En over die verdeling en die uitgaven maakt het college van burgemeester en wethouders afspraken met de gemeenteraad. Op basis van die gemaakte afspraken wordt het werk ook uitgevoerd. Zo zorgt de gemeente ervoor dat de zorg terecht komt waar deze hoort: bij de inwoners die het nodig hebben. 

Hoe zat dat ook alweer met die Wmo?

De Wmo is een wet die hulp mogelijk maakt (Wet maatschappelijke ondersteuning). Het gaat dan niet om medische zorg. Veel van die zorg wordt georganiseerd in de vorm van 'algemene voorzieningen'. Dat zijn voorzieningen waar iedereen die ze nodig heeft gebruik van kan maken, bijvoorbeeld een maaltijdvoorziening, activiteiten in de buurt, een schoonmaakdienst of hulp van vrijwilligers. Daarnaast zijn er maatwerkvoorzieningen. Dat is hulp op individuele basis. Denk aan huishoudelijke zorg, begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen, crisis- of logeeropvang voor volwassenen, rolstoelen, scootmobielen, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. 

De gemeente moet voor deze maatwerkvoorzieningen een verleningsbeschikking afgeven. In Enschede kunt u voor een aanvraag voor een maatwerkvoorziening terecht bij Wijkteams Enschede. Zij kunnen vaak een indicatie afgeven voor een maatwerkvoorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Persoonsgebonden budget of Zorg in Natura?

Voor alle maatwerkvoorzieningen kunt u kiezen voor een persoonsgebonden budget. U moet dan wel aangeven waarom hulp in natura, door een zorgaanbieder die een contract heeft met de gemeente, in uw geval niet voldoet. Ook moet u aantonen dat u of uw wettelijke vertegenwoordiger over voldoende vaardigheden beschikt om een persoonsgebonden budget te beheren. De gemeente kan van u vragen om een plan te maken voor de besteding van het budget. De gemeente kent het persoonsgebonden budget pas toe als ze het eens is met uw plan. De wijkteams kunnen u helpen bij die aanvraag.

Wethouder Jurgen van Houdt – zorg en welzijn
Wethouder Eelco Eerenberg – financiën en jeugdzorg